Is Europa schatplichtig aan de islam 2
ENCINA NAVAN - 26 SEPTEMBER 2009
De islam claimt Aristoteles omdat deze denker een centrale rol speelt in de islamitische filosofie en het ontstaan van de Renaissance. De culturele jihad gebruikt de Griekse denkers om het westen te onderwerpen.
Moslims gebruiken het feit dat Arabische vertalingen van Griekse
denkers rond 1100 in West-Europa terechtkwamen om aan te tonen hoezeer
Europa schatplichtig is aan wat ze omschrijven als de islamitische
beschaving. Een artikel dat al enige tijd op internet circuleert onder
de naam Islamitische cultuur: de verborgen bijdragen geeft
enige voorbeelden van hoe moslims de rol van Arabische wetenschap – die
stilzwijgend wordt gelijkgesteld aan islamitische cultuur – beleven. Ik
citeer uit de inleiding:
De Islam heeft met name de weg vrijgemaakt voor de Renaissance in Europa. (…) Europa is de islamitische beschavingen
heel wat verschuldigd op het gebied van wetenschappen en met name als
het gaat om de wetenschappelijke houding van "meten is weten" die door
de moslims ontwikkeld werd. De Grieken waren met name bezig met
systematiseren, generaliseren en theoretiseren, terwijl de moslims nieuwe methoden ontwikkelden die gebruikt werden voor onderzoek, experimenten, waarnemingen en nieuwe ontwikkelingen. Dat alles vormt de basis van de wetenschappelijke methodieken zoals die vandaag de dag nog steeds worden gebruikt. (onderstreping door mij toegevoegd, E.N.)
De auteur poneert hier een nogal omvangrijke claim. Let op zijn
barokke taalgebruik: de islamitische beschaving is plotseling
meervoudig geworden. De auteur meent kennelijk dat niet alleen het
Arabische eenheidsrijk zoals dat van 632 tot ongeveer 900 bestond een
bijdrage heeft geleverd, maar ook de latere deelrijken. Naast deze
claim (1) poneert de auteur nog twee andere: de moslims conserveerden
niet alleen de Griekse erfenis, maar voegden daar op tal van gebieden
eigen bijdragen aan toe (claim 2), zodanig dat daarmee de basis voor de
moderne wetenschap werd gelegd (claim 3).
Arabische wetenschap wordt zo genoemd omdat ze in de Arabische
taal een groot verspreidingsgebied had en in die taal opnieuw in Europa
kwam. Het woord ‘Arabisch’ betekent niet dat deze wetenschap afkomstig
zou zijn uit Arabië (waar men tot 700 nauwelijks schrift gebruikte) of
dat ze hoofdzakelijk of geheel door Arabieren beoefend werd.
De term Arabische wetenschap wordt uitsluitend gehanteerd om de
teksten aan te duiden die vanuit het Arabisch in het Latijn werden
vertaald vanaf ongeveer 1100 in West-Europa.
Als de auteur van de tekst ‘De verborgen bijdragen’ de
traditionele Arabische wetenschap gelijkstelt aan ‘islamitische
beschaving(en)’ dan is dat echter meer dan alleen een verwarring die
uit taalgebruik voortkomt. Het is een claim die gedaan wordt vanuit een
bepaald soort islamisering: het claimen van wetenschap als een
activiteit die voortkomt uit islam, werkt statusverhogend. Het verhoogt
de status van de koran naar dat van wetenschap, waarvan de moslims
weten dat het westen haar wereldwijde hegemonie aan dankt. Daarnaast
eisen sommige moslims de wetenschap op als een ‘islamitische
cultuuruiting’. De eerste verspreider van deze gedachte was Jamal al-Din al-Afghani, die rond 1870 de islamisering een nieuwe impuls gaf door een pan-islamitisch en salafistisch kader te geven.
De redeneerwijze van Afghani was als volgt: als wetenschap de
Europeanen een macht geeft die de moslims niet kunnen weerstaan, dan
moet deze macht van god komen en moet zij in essentie goed zijn. Dat
betekent bovendien dat zij niet direct voortkomt uit de leefwijze en
overtuigingen van Europeanen en dat ze zonder bezwaar kan worden
overgenomen door moslims, maar dan uiteraard op een islamitische wijze (bron).
Afghani constateerde dat de Europeanen militair en technisch een grote
voorsprong hadden verkregen op de islamitische landen en zocht naar een
verklaring daarvoor. Moslims kennen maar één referentiekader voor het
leven en dat is islam. Godsdienst, en dus islam, is een symbolische
wereld, die verklaringen moet voortbrengen voor gebeurtenissen in de
echte wereld. Afghani zocht een verklaring voor de hegemonie van Europa
binnen het symbolische kader van de islam. Als de techniek van de
Europeanen buiten dit kader was gevallen, dan zouden moslims er geen
gebruik van mogen maken en dit zou kunnen betekenen dat moslims geheel
onderworpen zouden worden door de Europese machten.
Dit idee was uiteraard onaanvaardbaar voor Afghani en zijn
tijdgenoten, zodat het niet anders kon zijn dan dat de moderne techniek
en wetenschap ‘eigenlijk’ voortbrengselen waren van god, dus van islam
en dus van de moslims. Om te verklaren hoe de deze kennis in Europa
terecht gekomen was, werd een bekend feit opgediept. De moslims hadden
vanaf ongeveer 1100 hun kennis met christenen ‘gedeeld’ door
vertalingen van Griekse teksten mogelijk te maken. Het is deze
Arabische wetenschap, ofwel islamitische kennis, die het mogelijk
maakte dat de Europeanen de moslims onderwierpen.
Deze theorie is natuurlijk zeer strelend voor het ego van de
moslims, maar klopt niet met de feiten. De tegenslagen voor de moslims
begonnen immers al rond 730 met de nederlagen tegen de Franken en de
Byzantijnen, met het verlies van delen van Andalus, met invasies in
Tunesië door de Noormannen vanuit Italië (rond 1050) en het verlies van
gebieden als Kreta, Cyprus en Aleppo rond 960. Dus lang voor dat de
Arabische teksten in het westen kwamen.
Verder kan deze theorie niet verklaren waarom de moslims er niet
in slaagden om het initiatief weer over te nemen, omdat maar een klein
deel van de Arabische wetenschap in het westen kwam en de islamitische
landen dus nog steeds over veel meer kennis beschikten dan in het
westen het geval was.
Deze islamitische visie als zou moderne wetenschap eigenlijk
islamitisch van karakter zijn, roept voor de meeste westerlingen
waarschijnlijk het beeld van een paradox op, maar in de islamitische
wereld is deze denksprong een middel om de islam te behouden als een
ideaalbeeld en tegelijkertijd de macht op het christelijke westen terug
te veroveren door zich de techniek die daarvoor nodig is, althans in
gedachten, toe te eigenen. Het is een vorm van culturele jihad.
Het is een redeneermethode om de moslim een psychologisch overwicht te
geven over elke andere cultuur, omdat de islam altijd de originele bron
claimt te zijn.
Want het gaat om dit laatste: het heroveren van de macht die
uitging van islam in de achtste eeuw. Macht vormt een obsessie voor
moslims omdat het betekent dat de gunst van god aan hun kant staat. Als
dienaar van god is de moslim afhankelijk van diens macht. Indien de
macht in deze aardse wereld aan de kant van ongelovigen staat, betekent
dit voor de vrome moslim niets anders dan dat god ontstemd is over de
moslim en ongelovigen de kracht geeft om macht te hebben over de
gelovigen. In de symbolische wereld van de moslim is immers elke
gebeurtenis een uitdrukking van de macht van god. De macht van de
ongelovigen kan in dit kader alleen een symbolische uitdrukking
krijgen, binnen de relatie tussen god en de gelovige. Uiteraard is dit
een vorm van magisch denken en een vorm van foute attributie, namelijk
van gebeurtenissen in de werkelijke wereld naar gebeurtenissen op het
psychologische niveau.
Dat deze denklijn, ontwikkeld door Al-Afghani, tot op heden springlevend is en veel aanhangers kent, blijkt uit de rede die de bekende wetenschapper Seyyid Hossein Nasr hield (rond 1980) met de veelzeggende titel: Islam and modern science.
De lezing is buitengewoon interessant door tenminste twee elementen.
Ten eerste, legt Nasr uit welke drie posities ten aanzien van moderne
wetenschap dominant zijn in de islamitische samenleving en waarom.
De eerste positie is die van Al-Afghani: moderne wetenschap heeft
geen filosofische gevolgen, dus moslims kunnen die zonder meer
overnemen.
De tweede positie houdt in dat moderne techniek overgenomen kan
worden indien moslims goed voorbereid zijn door onderricht in
islamitische ethiek. Moderne techniek wordt daardoor islamitische
techniek.
De derde positie houdt in dat wetenschap niet los gezien kan worden van een wereldbeeld. Dit wereldbeeld ontstond in Europa.
Hiermee komt Nasr vanzelf op het tweede kernpunt van zijn lezing,
hij legt uit waarom de meeste moslims hun wereldbeeld zo moeilijk
kunnen verenigen met moderne wetenschap.
If you are a physics student and
you ask the question, `what is the force of gravitation?', the teacher
will tell you the formula, but as to what is the nature of this force,
he will tell you it is not a subject for physics. (…)
There is no way of establishing an
Islamic science without knowing Western science well. To talk of
circumventing what the West has learnt is absurd. But then the next
step that has to be taken on the basis of Islamic world view and the
view of nature. (…) The Islamic world wants to pull its own weight,
wants to find its own identity and therefore this problem is going to
be acute. (…) The problem of the partition of science from Islam is a
problem that exists unless Islam is willing to give up its claim to
being a total way of life.
Nasr geeft hier openlijk toe dat moderne wetenschap en islam praktisch onverenigbaar zijn. Laplace zei tegen Napoleon dat hij god niet nodig had voor zijn theorie, maar voor moslims is een dergelijk standpunt uiterst moeilijk aanvaardbaar.
Nasr raakt met zijn betoog aan het kernpunt van alle moslims: eenheid tussen god en de wereld, bekend als de tawhid, moet gehandhaafd blijven als het centrale geloofsstuk van de islam.
Dit maakt het noodzakelijk te veronderstellen dat moderne
wetenschap verenigbaar is met islamitische samenleving en dat het niet
een typisch product is van het westerse materialistische wereldbeeld,
zoals Nasr hierboven uitegt als ‘de derde positie’. Deze derde positie
is onaanvaardbaar voor moslims omdat ze materialisme inhoudt, ofwel het
twijfelen aan de tawhid en de almacht van god over de schepping. Een
dergelijke positie staat praktisch gelijk aan kufr, geloofsafval.
Omdat historisch gezien moderne
wetenschap in Europa is ontstaan, en dit ontstaan ongeveer samenvalt
met de komst van het nieuwe Aristotelische corpus teksten, wordt de
conclusie getrokken dat deze twee verschijnselen met elkaar samen
hangen. Ergo hoc, propter hoc.
De claim op moderne wetenschap maakt de claim op Aristoteles dus
noodzakelijk, hoewel de logica voor die koppeling vanuit de westerse
cultuurbeschouwing op zijn best nogal dun is.
Indien aangetoond kan worden dat
- de claim van islam op Aristoteles op niets berust;
- dat moderne wetenschap meer berust op denkers als Descartes en Newton op basis van materialistisch denken (hoewel islamitische schrijvers graag aantonen dat deze onderzoekers vrome christenen waren), dan op basis van Aristoteles
dan vervalt de claim van islam op moderne wetenschap. Want denkers
als Avicenna en Averroës zijn niet verder gegaan dan het verfijnen en
uitwerken de erfenis van Aristoteles.
Als moderne wetenschap voortgebracht is door de westerse geest,
dan heeft islam niet de gunst van god. De hele argumentstructuur tot en
met het wereldkalifaat stort dan als een kaartenhuis ineen.
Wordt vervolgd.
Reageren kan op het Pim Fortuyn Forum
Hesperophobia (fear or hatred of the West).
Reageren